De methode

Een doosje met opdrachtkaarten. Juist in de eenvoud schuilt de kracht. Iedereen kan de opdrachtkaarten naar eigen inzicht inzetten. Je kunt ook de Schijfcarrousel-methode gebruiken. Hieronder staat hoe het werkt.

 

Uitgangspunt

De Schrijfcarrousel is de afgelopen drie jaar in de praktijk getest. Met neerlandici, met zeer ervaren journalisten, met studenten die niks met taal hebben, met trainers, met medewerkers van een klantenafdeling. De eerste deelnemer die niet enthousiast werd, moet zich nog melden. Het geheim: de Schrijfcarrousel neemt beweging letterlijk.

De deelnemer als deskundige

Het uitgangspunt van de methode is de gedachte dat deelnemers vooral van elkaar leren. Binnen een groep is er altijd wel iemand die veel van spelling en grammatica weet. Een ander weet juist veel van structuur, is creatief, of weet juist goed zijn gevoel onder woorden te brengen. De vraag is niet óf mensen kwaliteiten hebben, maar hoe je die naar boven weet te halen en effectief weet in te zetten.

Schrijftraining als achtbaan

De Schrijfcarrousel begint met een tekst en een opdrachtkaart. Vervolgens wisselen deelnemers van plek, van kaart, van tekst en van rol. De ene keer schrijver, een andere keer redacteur en dan weer lezer. Afwisseling in hoog tempo. Elke tien minuten beweegt er iets. Een achtbaan van taalervaringen. Het groepsdynamisch effect is daardoor maximaal en – misschien wel het belangrijkst – deelnemers ervaren dat het leuk is om gezamenlijk met teksten bezig te zijn. De Schrijfcarrousel neemt spelplezier serieus. ‘Heel inspirerend en soms zelfs hilarisch’, volgens journalist en docent aan de Hogeschool Utrecht Yolan Witterholt.

 


 

Mogelijkheid 1: Een tekst en verschillende opdrachten

Deze carrousel zorgt ervoor dat deelnemers aan een tekst werken en daarna worden uitgenodigd om hun ervaringen uit te wisselen.

Voorbereiding
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Een tekst die niet is geschreven door een van de deelnemers
  • Verdeel de deelnemers in kleine groepjes van ongeveer 4 deelnemers
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok
Ronde 1

Iedere deelnemer trekt blind een kaart en heeft 10 minuten de tijd om de opdracht toe te passen op de tekst.

Ronde 2

Binnen de groepjes worden de kaarten doorgegeven. Iedere deelnemer geeft zijn kaart aan zijn buurman. Wederom 10 minuten om de opdracht toe te passen op de tekst.

Ronde 3

De kaarten worden nu voor de 3e en laatste keer doorgegeven binnen de groepjes. Iedere deelnemer heeft weer 10 minuten om de opdracht toe te passen.

Ronde 4

Iedere deelnemer neemt even 5 minuten de tijd om te inventariseren wat het werk heeft opgeleverd.

Ronde 5

Elk groepje heeft 10 minuten de tijd om ervaringen uit te wisselen. De vragen zijn: welke kaart had welk effect en hoe verklaar je dat? Welke kaarten zijn relevant voor deze tekst? Welke inzichten heb je over deze tekst opgedaan?

Ronde 6

Alle groepen komen bij elkaar. Deel de bevindingen en trek conclusies. Wat werkt en hoe komt dat?

 


 

Mogelijkheid 2: de eigen tekst

Deze carrousel zorgt ervoor dat deelnemers individueel aan hun eigen tekst werken en daarna worden uitgenodigd om hun ervaringen uit te wisselen.

Voorbereiding
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Iedere deelnemer heeft een tekst van eigen hand
  • Verdeel de deelnemers in kleine groepjes van ongeveer 4 deelnemers
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok
Ronde 1

Iedere deelnemer trekt blind een kaart en heeft 10 minuten de tijd om de opdracht toe te passen op de eigen tekst.

Ronde 2

Binnen de groepjes worden de kaarten doorgegeven. Iedere deelnemer geeft zijn kaart aan zijn buurman. Wederom 10 minuten om de opdracht toe te passen op de eigen tekst.

Ronde 3

De kaarten worden nu voor de 3e en laatste keer doorgegeven binnen de groepjes. Iedere deelnemer heeft weer 10 minuten om de opdracht toe te passen.

Ronde 4

Iedere deelnemer neemt even 5 minuten de tijd om te inventariseren wat het werk heeft opgeleverd.

Ronde 5

Elk groepje heeft 10 minuten de tijd om ervaringen uit te wisselen. De vragen zijn: welke kaart had welk effect en hoe verklaar je dat? Welke kaarten zijn relevant voor deze tekst? Welke inzichten heb je over deze tekst opgedaan?

Ronde 6

Alle groepen komen bij elkaar. Deel de bevindingen en trek conclusies. Wat werkt en hoe komt dat?

 


 

Mogelijkheid 3: een tekst onder de loep

Deze carrousel maakt zichtbaar hoe verschillend deelnemers naar een tekst kijken. Kwaliteiten van deelnemers kunnen zo aan de oppervlakte kunnen. Verder maakt deze carrousel het mogelijk dat deelnemers elkaar ondersteunen en inspireren.

Voorbereiding
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Een van de deelnemers heeft vrijwillig zijn tekst ter beschikking gesteld. Alle deelnemers hebben die tekst.
  • Verdeel de deelnemers in groepjes van ongeveer 4 deelnemers
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok
Ronde 1

Degene wiens tekst wordt behandeld, doet gewoon mee met een groepje. Daarnaast heeft deze inbrenger van een tekst nog een opdracht. Na afloop mag hij vertellen welke opmerkingen hij waardevol vindt. Zo krijgen andere deelnemers ook feedback over feedback.

Ronde 2

Iedere deelnemer trekt blind een kaart en heeft 10 minuten de tijd om de opdracht toe te passen op de tekst.

Ronde 3

Binnen de groepjes worden de kaarten doorgegeven. Iedere deelnemer geeft zijn kaart aan zijn buurman. Wederom 10 minuten om de opdracht toe te passen op de tekst.

Ronde 4

De kaarten worden nu voor de 3e en laatste keer doorgegeven binnen de groepjes. Iedere deelnemer heeft weer 10 minuten om de opdracht toe te passen.

Ronde 5

Iedere deelnemer neemt even 5 minuten de tijd om te inventariseren wat het werk heeft opgeleverd.

Ronde 6

Elk groepje heeft 10 minuten de tijd om ervaringen uit te wisselen. De vragen zijn: welke kaart had welk effect en hoe verklaar je dat? Welke kaarten zijn relevant voor deze tekst? Welke inzichten heb je over deze tekst opgedaan? Elke groep formuleert welke kwaliteiten in de tekst te vinden zijn en ze formuleren enkele suggesties ter verbetering.

Ronde 7

Alle groepen komen bij elkaar. De bevindingen worden gedeeld met de inbrenger van de tekst. 

Ronde 8

De inbrenger van de tekst geeft aan welke opmerkingen het meest waardevol waren. Belangrijk: op deze manier krijgen alle deelnemers feedback op hun feedback. Wat voor soort opmerking vindt de inbrenger eigenlijk het meest waardevol: is dat een kwaliteit van de tekst die wordt benoemd of een suggestie ter verbetering van de tekst?

 


 

Mogelijkheid 4: duo's voor een individu

Deze carrousel maakt zichtbaar hoe verschillend deelnemers naar een tekst kijken. Kwaliteiten van deelnemers kunnen aan de oppervlakte kunnen. Verder maakt deze carrousel het mogelijk dat deelnemers elkaar ondersteunen en inspireren.

Voorbereiding
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Een van de deelnemers heeft vrijwillig zijn tekst ter beschikking gesteld. Alle deelnemers hebben die tekst.
  • Verdeel de deelnemers in tweetallen
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok
Stap  1

Degene wiens tekst wordt behandeld, doet gewoon mee met een tweetal. Daarnaast heeft deze inbrenger van een tekst nog een opdracht. Na afloop mag hij vertellen welke opmerkingen hij waardevol vindt. Zo krijgen andere deelnemers ook feedback over feedback.

Stap  2

Elk tweetal kiest zelf een opdrachtkaart. Het is prima als verschillende tweetallen dezelfde opdrachtkaart kiezen. De tweetallen werken 10 minuten aan de opdracht.

Stap 3

Daarna 5 minuten om af te ronden. Elk tweetal formuleert wat de belangrijkste kwaliteit van de tekst is en een aanbeveling.

Stap 4

Ieder tweetal presenteert de bevindingen.

Stap 5

De inbrenger van de tekst geeft weer welke opmerking het meest waardevol is in zijn ogen. Gaat het om een kwaliteit van de tekst die is benoemd of om een suggestie ter verbetering van de tekst?

Ronde 6

Daarna volgt de nabespreking: wat heeft het werk opgeleverd?

 


 

Mogelijkheid 5: de markt

Deelnemers krijgen de mogelijkheid om hun sterke kant in te zetten en tegelijk om hulp te vragen. 

Voorbereiding
  • Deelnemers hebben eerder met de Schrijfcarrousel® gewerkt en kennen een aantal kaarten
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Alle deelnemers hebben een exemplaar van een zelfgeschreven tekst bij zich
  • De deelnemers mogen zelf kiezen of ze alleen werken of in tweetallen
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok
  • Kartonnen A4-tjes waar deelnemers de naam van een opdrachtkaart op kunnen schrijven
Stap 1

Elke deelnemer of elk tweetal kiest een opdrachtkaart die hem of hun zelf boeit. Oftewel: kies een kaart waar je graag mee wilt werken of waarvan je denkt dat je er goed in bent.

Stap 2

Iedereen schrijft op een stuk karton of een papier zichtbaar voor de anderen de naam van de gekozen opdrachtkaart.

Stap 3

Nu begint de markt. Iedereen brengt zijn eigen tekst naar een andere deelnemer of een ander tweetal. Breng je tekst onder bij een kaart.

Stap 4

De deelnemers krijgen nu de tijd om de opdrachtkaart toe te passen op de tekst of teksten die ze hebben ontvangen. In principe 10 minuten per tekst. 

Stap 5

Daarna brengen de deelnemers de tekst weer terug naar de auteur en vertellen ze over hun bevindingen.

Stap 6

Na afloop komen alle deelnemers bij elkaar en wisselen ze plenair hun ervaringen uit. Wat heeft deze markt opgeleverd?

 


 

Mogelijkheid 6: de tekstcarrousel

Deelnemers leren van elkaar en zien door de ogen van anderen hun eigen tekst.

Voorbereiding
  • Deelnemers hebben eerder met de Schrijfcarrousel® gewerkt en kennen een aantal kaarten
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Alle deelnemers hebben een exemplaar van een zelfgeschreven tekst bij zich
  • De deelnemers mogen zelf kiezen of ze alleen werken of in tweetallen
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok
Stap 1

Iedere deelnemer kiest individueel of in tweetallen een kaart.

Stap 2

Nu gaan de teksten rond. Elke tekst schuift elke 10 minuten door. Elke keer hebben de deelnemers aan het eind van die 10 minuten even 2 minuten de tijd om hun belangrijkste bevindingen, de grootste kwaliteit van de tekst en een goede tip, op een blaadje bij de tekst te schrijven. Het moet duidelijk zijn van wie deze feedback afkomstig is (de feedbackgever schrijft zijn naam erbij) en de feedback zelf moet duidelijk zijn.

Stap 3

De deelnemers krijgen hun eigen tekst terug met de feedback erbij. 

Stap 4

Bespreek plenair wat de tekstcarrousel heeft opgeleverd.

 


 

Mogelijkheid 7: de opdrachtcarrousel

Deze carrousel is vooral handig om een specifieke techniek of opdracht te belichten. 

Voorbereiding
  • Een Schrijfcarrousel-kaartenset
  • Alle deelnemers gebruiken dezelfde tekst (Dit kan een tekst van een van de deelnemers zijn die zijn tekst vrijwillig ter beschikking heeft gesteld, het kan ook een tekst zijn die niet is geschreven door een van de deelnemers)
  • De deelnemers werken in tweetallen
  • Elke deelnemer heeft een pen en een notitieblok

 

Iedereen heeft 10 minuten om de opdrachtkaart toe te passen op de tekst.

 

Na die 10 minuten wisselt de hele groep bevindingen uit. Wat heeft de kaart opgeleverd?