De kantelaar

 

Opdracht

  1. Neem een woord dat belangrijk is in je tekst. Kijk welk woord vervolgens in je opkomt en welk woord daar weer op volgt. Volg deze associatiereeks tot er een woord komt dat de reeks doorbreekt. Dat is het kantelwoord.

 

Voorbeeld

Gras – weiland – boerderij – koeien – melk – hooiberg – hooimijt – mijter – bisschop


  1. Kijk welke overeenkomsten je uitgangswoord en het kantelwoord vertonen.

 

Voorbeeld: 

    Gras   Bisschop
  Groeien  
  Zon  
  Zuurstof  
  Voeding  
  Rust  
  Ontmoeting  
  Kudde  

 

  1. Neem het woord waarmee je begon, het kantelwoord en een woord uit het rijtje overeenkomsten en schrijf met deze woorden een alinea. Vrij schrijven. Stel je oordeel uit.

 

Voorbeeld: De bisschop nodigt zijn gelovigen ditmaal niet uit in de kerk, maar vraagt ze naar een belendend grasveld te komen. Hij heeft voor deze ontmoeting een gewoon pak aangetrokken en wandelschoenen. 

 

  1. Geef de zin of zinnen die je bij stap (3) schreef een plek in je tekst.

 


Keywords: